Gods geestelijke wet: vergeven

Door Nelleke Lievense

Jezus zei: ‘Vader vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen’’ Lucas 23:34

God wil dat we onze naasten vergeven, als ons iets is aangedaan. Peter Horrobin heeft een mooi boek geschreven over ‘vergeven’. Het heet ‘’ Het krachtigste gebed op aarde.’’ Daarin schrijft hij: ‘Net zoals de overheid wetten heeft waar we ons aan moeten houden, heeft God geestelijke wetten ingesteld. Eén van die geestelijke wetten is dat we onze naasten moeten vergeven, wanneer zij ons iets hebben aangedaan. Houden we ons niet aan deze wet, dan komen we in een geestelijke gevangenis terecht. We zijn dan niet werkelijk vrij.’’

Verder schrijft Peter Horrobin: ‘Vader vergeef het hun’’ is het krachtigste gebed die we ooit kunnen bidden. Het verandert uw relatie met God. Het geeft ruimte voor de kracht van de Heilige Geest in uw leven. Het vernieuwt uw ziel. Het opent de deur naar Gods genezing.’’
Vergeving van zonden is de grootst mogelijke zegen, die God voor Zijn kinderen klaar heeft liggen. Maar als wij niet bereid zijn anderen te vergeven, zal het beste dat God voor ons leven heeft, helaas aan ons voorbijgaan.’’

VOORBEELD

Als wij werkelijk in de God van de Bijbel geloven, dan heeft dat gevolgen in ons leven. Aan ons is veel vergeven, en dat gebeurt nog steeds, elke dag. Dat gegeven werkt ook door in relaties met anderen. Oprecht geloof kan ook op dit punt niet zonder consequenties zijn voor dit leven met anderen. Er is één groot voorbeeld voor ons, en dat is de Heere Jezus zelf. Zie Hem voor je, genageld aan het kruis, bespot door iedereen om hem heen. Niemand anders op deze aarde, niet vóór en niet na Hem, heeft ooit zo vreselijk onrechtvaardig geleden als Jezus. Niemand anders dan Hij heeft ooit een grotere reden gehad om anderen te beschuldigen en uit te roepen: ‘Dit is niet eerlijk.’
Maar wat deed Jezus?
Hij bad: ‘’ Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen’’

VRIJHEID

God draagt aan ons op om onze naasten te vergeven. In Matth 6:14,15 staat: ‘Want als u de mensen hun overtredingen vergeeft, zal uw hemelse Vader u ook vergeven. Maar als u de mensen hun overtredingen niet vergeeft, zal uw Vader uw overtredingen ook niet vergeven. ‘
Het is misschien wel het mooiste geschenk wat God aan ons geeft: vrijheid. Om werkelijk vrij te zijn, vraagt God aan ons dat we ons aan zijn geestelijke wetten houden. Helaas zijn wij mensen vaak niet werkelijk vrij. We zitten in een geestelijke gevangenis, omdat we vol wrok en wrevel leven door wat anderen ons hebben aangedaan. Het kan tussen God en ons in komen te staan. Het kan een blokkade vormen voor gebed, bijbbellezen, en kerkgang. We voelen dat het niet goed is… maar de ander vergeven kan zinloos lijken. We zijn soms zo diep verwond door de ander, dat er van binnenuit een gevoel van onrechtvaardigheid in ons naar boven stijgt dat roept: Dit is niet eerlijk!
Wij mensen zijn meestal niet gericht op vergeving, maar op vergelding.

DAAD VAN LIEFDE

Als we iemand vegeven, betekent het dat we het de ander niet meer aanrekenen wat hij of zij ons heeft aangedaan. Het gaat er niet om dat we vergeten wat er gebeurd is, maar over de beslissing om het onrecht in de relatie niet meer mee te wegen.
Vergeven heeft altijd een positieve uitwerking, ook al kun je niet helemaal daadwerkelijk tot vergeven komen. We mogen God vragen om liefde te geven voor die andere persoon. Als we daarvoor bidden, wil Hij het ons geven.
Jezus leert ons degenen die ons hebben verwond, aan God over te laten, want God zegt( Hebr 10:30) ‘Mij komt de wraak toe en de vergelding’ Jezus zegt eigenlijk: ‘Geef mij u recht tot haten en u zult vrij zijn’’ Een open weg naar de Heere geeft leven en hartelijke vreugde. Die ervaring maakt het mogelijk om écht bereid te zijn tot vergeven.

EERLIJKHEID

Vaak wordt gezegd: ‘Ik heb je vergeven, maar vergeten kan ik het niet.’ Is er dan wel sprake van werkelijk vergeven? Het is begrijpelijk dat iets wat onrechtvaardig en ingrijpend is niet snel vergeten wordt. Maar als het zinnetje ‘maar vergeten kan ik het niet’ er snel achteraan komt, is het de vraag of de vergeving wel echt is. Het is begrijpelijk dat iets nog meegedragen wordt, maar we moeten eerlijk in ons hart kijken als we zeggen te vergeven. We moeten het alleen zeggen als het echt zo is. Dan alleen kan het positieve gevolgen hebben. Door vergeving kan een relatie hersteld worden, maar vaak wordt zij anders dan voorheen. Er is iets gebeurd wat gevolgen heeft voor de onderlinge omgang. Het vraagt veel tijd en inzet om samen de relatie opnieuw en anders in te vullen. Vaak is het moment van vergeving het beginpunt van een lang proces om tot nieuwe verhoudingen te komen.

JEZELF STRAFFEN

Het kan ook zijn, dat je, jezelf moet vergeven om dingen die je anderen hebt aangedaan. Ja, soms hebben we fouten gemaakt, met levenslange consequenties tot gevolg. Het is belangrijk dat we oprecht onze schuld belijden naar God en aan de degene die we schade hebben berokkend. Jezus stierf opdat wij vergeving kunnen ontvangen. Dus wanneer je vasthoudt aan de persoonlijke schuld in deze dingen en toch weigert om jezelf te vergeven, zeg je bijna, dat het niet goed genoeg was wat Jezus voor je deed. Soms is de weigering om jezelf te vergeven een manier om jezelf te straffen voor hetgeen is gebeurd. Je kunt dan eigenlijk niet geloven, dat je vergeving verdient en dus blijf je jezelf veroordelen. Je kiest ervoor het leven aan jezelf te onthouden, omdat je denkt dat, dat het enige is dat je verdient. Maar dat is niet zoals God het ziet.
Wanneer je het krachtigste gebed ‘’Vader vergeef het hun..’ bidt, kan God nieuwe kracht in je leven brengen en je een stap dichter brengen bij de vervulling die Hij voor je heeft.

Bijbel boeit gangster: hij leest zijn eigen naam

Davide Cerullo1

Foto: Een aantal jaren nadat Davide Cerullo uit de gevangenis kwam, richtte hij in Scampia (Napels) een buitenschoolse opvang op. 

 

Door Karolien Lievense

In de net uitgekomen HP De Tijd staat er heel kort iets over geschreven: Davide Cerullo, voormalig lid van een misdaadbende uit het Italiaanse Napels, kwam in de gevangenis tot inkeer door het lezen van de Bijbel.

Cerullo vond in de gemeenschappelijke ruimte van de gevangenis een Bijbel en begon deze te lezen. De moeilijke taal begreep hij niet zo goed, maar wat hem opviel was zijn eigen naam: David. Die kwam hij meerdere keren tegen. Hij scheurde twee blaadjes uit de Bijbel waarop onder meer de geschiedenis van David en Goliath stond beschreven, en las deze in zijn cel, woord voor woord. Niet één keer, maar een keer of tien.
“Ik wilde net zo slim en sterk worden als hij (David, KL). Van mijn celgenoten viel weinig te leren, dus begon ik na de Bijbel meer boeken te lezen. Dat gaf mij kracht om te breken met mijn verleden. Een nieuwe, onbekende wereld opende zich”, zei hij tegen de verslaggever van HP De Tijd.

EEN NIEUW LEVEN
Dit stukje tekst uit een uitgebreid artikel over de Napolitaanse camorra roept allerlei vragen in mij op. Had Cerullo op dat moment in de gevangenis een ontmoeting met God? Is hij nu een christen? In een interview met Libero Pensiero zou hij gezegd hebben:
“In de Handelingen van de Apostelen las ik mijn naam en ik voelde me voor het eerst heel speciaal. Het evangelie heeft me gered.”
Veel meer kan ik op internet niet vinden over deze gebeurtenis. Na zijn tijd in de gevangenis koos Davide Cerullo in ieder geval een totaal ander pad. Hij maakte zich los van de camorra, de misdaadbende waar hij sinds zijn dertiende deel van had uitgemaakt. Op dat moment was hij achttien jaar. Na zijn tijd in de gevangenis ging hij op een andere plaats wonen, ver weg van Napels. Toch keerde hij hier op een gegeven moment weer terug. Inmiddels heeft hij een buitenschoolse opvang opgericht voor kinderen en jongeren in Scampia, de wijk in Napels waar de camorra veel macht in handen heeft. Op deze manier probeert hij te voorkomen dat jongeren zich gaan aansluiten bij de camorra.

GODS BIJZONDERE WEGEN
De verandering die Cerullo in de gevangenis meemaakte, raakt me op de één of andere manier.
We vragen ons misschien weleens af of het zin heeft om een Bijbel in een openbare ruimte te leggen. Wordt deze wel gelezen?
We hebben de neiging uitvoerig na te denken over de wijze waarop we mensen zover kunnen krijgen dát ze de Bijbel gaan lezen. Hoe maken we de Bijbel zo aansprekelijk mogelijk?
Natuurlijk is het niet verkeerd om hiermee bezig te zijn. Maar het getuigenis van Cerullo laat wel zien dat God onze pr niet nodig heeft. Hij gebruikt allerlei manieren om mensen tot zich te trekken, bijvoorbeeld door de aandacht van een persoon te richten op zijn eigen naam die in de bijbel voorkomt. Is dat niet bijzonder?

Wees een zegen met wat je al hébt

Wees een zegen zonder tekst

Door Karolien Lievense

Ik denk al heel snel dat ik over bijzondere gaven moet beschikken om écht iets waardevols te kunnen doen voor God. Herken je dat? Je denkt: Als ik nou  eens heel dicht bij God zou leven, als ik  dit en dat eens had geleerd, als ik …dan zou ik pas écht door God gebruikt kunnen worden.

Maar soms is het beter om te kijken wat je al hébt en daarmee tot zegen te zijn, al is het maar het spreken van een bemoedigend woord, het geven van praktische hulp aan een zieke, gewoon weer de leiding op je nemen in het team. Zou het voor God niet veel belangrijker zijn hóe je iets doet dan wát je precies doet? En zijn natuurlijke gaven niet net zo belangrijk als bovennatuurlijke? Daar gaat Romeinen 12 over.

WARE OFFER
Ik las net een artikel van Gijs van den Brink (Studiebijbel magazine 3.1. 2009) over Romeinen 12, het bijbelhoofdstuk waar de gaven worden belicht vanuit de invalshoek ‘ware offer.’ In Rom. 12:1 staat: “Wijd uzelf aan Hem toe als een levende, heilige offergave, Hem welgevallig. Dat is de geestelijke eredienst die u past”

Het bijbelgedeelte vervolgt met een lijst van allerlei gaven. Zo staat er in vers 6 tot 8:
“De geestelijke gaven die wij bezitten, verschillen naar de bijzondere genade die ieder van ons is geschonken. Is het de gave van de profetie, gebruik die dan in overeenstemming met het geloof. Is het de gave van dienstbetoon of van lering, leg u dan toe op dienstbetoon of onderricht. Wie anderen kan bemoedigen, moet dat doen. Wie iets heeft uit te delen, moet het zonder bijbedoelingen wegschenken. Als u leiding geeft, doe het met ijver, als u barmhartigheid bewijst, doe het blijmoedig.” Het lijkt er hier vooral om te gaan hoe je de gaven of talenten gebruikt die je al hébt.

NATUURLIJKE EN BOVENNATUURLIJKE GAVEN
Van den Brink benadrukt dat Paulus hier geen onderscheid maakt tussen natuurlijke en bovennatuurlijke gaven. Inderdaad is het opvallend dat allerlei gaven kriskras door elkaar staan. dienstbetoon, onderwijs, bemoediging, leiding geven, hulpverlening en ziekenzorg komen heel wat ‘gewoner’ en ‘praktischer’ over dan bijvoorbeeld profetie.

Terecht stelt Van den Brink dat het in deze lijst slechts gaat om voorbeelden. Het zijn geen complete gavenlijsten. Dat hoeft ook niet. Kun je de gaven die God geeft, of ze nou natuurlijk of bovennatuurlijk zijn, beperken in gavenlijsten?
Verder is de ene gave niet beter dan de andere. Het gaat er veel meer om hóe je je gaven en talenten gebruikt. Is je leven een heilig offer voor God? Als je anderen bemoedigt, bemoedig je diegene dan ook echt? Geef je iets weg, doe je dit dan niet met verkeerde motieven? Als je een ander moet helpen, doe je dit dan met blijdschap? (vers 8)

GELOOFSOVERTUIGING
Paulus zegt in Romeinen 12 ook dat we moeten denken in ‘bescheidenheid, naar de mate van het geloof’ (vers 3). Van den Brink past dit vooral toe op de meer ‘bijzondere gaven’:
“Voor alle meer bijzondere gaven is het van belang dat we handelen naar de mate van onze geloofsovertuiging. Geloof staat dan tegenover twijfel. Paulus zegt in Rom.14:23 ‘Maar wie twijfelt, wanneer hij eet, is veroordeeld, omdat hij het niet uit geloof doet. En al wat niet uit geloof is, is zonde.’ We mogen niet denken, baat het niet dan schaadt het niet. Twijfel schaadt! Niet ‘uitstappen in geloof’ als je dat geloof niet hebt. Dat is bijzonder schadelijk. Maar ben je eenmaal zelf overtuigd dat de Heer je iets laat zien, spreek vrijmoedig. Je bent het de Heer en de gemeente verplicht. Het is ook schadelijk als je uit schaamte zwijgt.”

God laat ons meegenieten van zijn eigen geluk

VOL-gelukkige God

Door Karolien Lievense

Heb je er weleens over nagedacht dat God heel gelukkig is? Ik heb me dit nooit zo gerealiseerd. Ik zag Hem wel altijd als degene die ons gelukkig máákt, maar minder als iemand die zélf enorm gelukkig is. De achttiende-eeuwse prediker Jonathan Edwards zei ooit: “De volheid die God meedeelt, bestaat onder meer uit zijn geluk. Dit geluk betekent dat Hij zich verheugt in zichzelf en dat Hij geniet van zichzelf; in Hem vindt ook het schepsel zijn geluk.”

In zijn prachtige boek ‘De vreugde van God’ haalt John Piper deze woorden aan. Hij voegt er aan toe: “Het is goed nieuws dat God zo bijzonder gelukkig is. Niemand wil eeuwig leven met een ongelukkige God. Als God ongelukkig was, zou het Evangelie uiteindelijk ook niet erg gelukkig zijn, dan zou het Evangelie geen evangelie (= goede boodschap, KL) meer zijn.”

Om dit een beetje te kunnen begrijpen, maak ik er maar even een hele menselijke voorstelling van: hoe kan iemand die depressief is anderen blij maken? Het zijn vaak de mensen die blij zijn met zichzelf en van het leven genieten, die een zonnetje kunnen zijn voor anderen. Hoe kun je iets uitdelen dat je zelf niet hebt? Dat zal ook gelden voor God.

In de Bijbel staat ook veel geschreven over Gods vreugde en geluk. Piper haalt een aantal teksten aan. Hij noemt 1 Timotheüs 1:11 waar in feite wordt gesproken over “het goede nieuws over de glorie van de gelukkige God.” Ook in teksten als Johannes 15:11 en 17:13 spreekt Jezus over Gods vreugde die Hij in zich heeft en waarin Hij graag met mensen wil delen.

En het is waar: Jezus láát ons delen in Gods vreugde. Ik moet denken aan 1 Petrus 1:8, een tekst die ik zo mooi vind omdat deze zo goed weergeeft wat ik soms ervaar. Daar staat: “Hoewel u Hem niet gezien hebt, hebt u Hem toch lief. Hoewel u Hem niet ziet, maar gelooft, verheugt u zich met een onuitsprekelijke en heerlijke vreugde.”
We kunnen ongelooflijk blij worden van God en van zijn Zoon Jezus. Als ik denk aan Jezus, dan word ik warm vanbinnen. Tegelijkertijd is dit best vreemd. Het is niet gewoon om je te verheugen in iemand die je nog nooit hebt gezien en van wie je je niet eens een voorstelling kunt maken. Het laat tegelijkertijd zien hoe groot het geluk is dat God geeft. Want als we nú al zo blij zijn als we Hem niet eens zien, hoe ongelooflijk verheugd zullen we straks dan wel niet zijn, als we Hem wél zullen zien?
Ik stel me de hemel voor als een plaats waar we nooit genoeg krijgen van God, waar we als het ware steeds in één en al verwondering naar Hem kijken. Ik geloof dat we nooit op Hem uitgekeken raken.