Ervaar je God?

KADERvb vierkant ERVAAR2

Door Karolien Lievense

Eén van mijn favoriete tv-programma’s van het afgelopen seizoen was ongetwijfeld ‘Andries’. Ik houd ervan om mensen te horen spreken over hun leven met de Heer. Het interesseert me mateloos hoe God in hun leven werkt, welke ontwikkeling ze hebben doorgemaakt en hoe ze zoiets als ‘roeping’ ervaren.
In de loop van elke aflevering stelde Andries zijn gasten meestal wel de volgende vraag: “Ervaar je God?” Veel gasten gaven als antwoord: “Ja, maar die momenten zijn spaarzaam” of “Ja, maar wel heel af en toe.”

GEMIS
Vooral dat woordje ‘maar’ trok mijn aandacht. Waarom zeiden mensen niet “Ja, ik ervaar God af en toe”, in plaats van “Ja, maar wel heel af en toe”?
Het kon niet anders, of achter al die ‘maars’ moesten wel gedachten schuilgaan in de trant van: ‘Oke, ik ervaar God, maar eigenlijk zo weinig dat het niet echt meetelt’ of ‘Ik zou God veel meer willen ervaren.’ Bemerkte ik hier een bepaald gemis, een verlangen?

VOORTDUREND BEWUSTZIJN
Eén gast sprak overigens totaal anders over het ervaren van God, en dat was Wilkin van de Kamp. “Ik ervaar het als een voortdurend bewustzijn dat God heel dicht bij me is”, zei hij, “en dat voel ik. Ik voel dat in mijn darmen, bij wijze van spreken.”
Daarop vroeg Andries of hij dit ook nu ervaart. “Ja, ik voel dat ook nu. In het Nederlands zeggen wij dat natuurlijk niet zo, maar in het Hebreeuwse denken spreek je meer over je buik, over je innerlijke mens. En ik voel dat ook gewoon hier”, zei Wilkin, terwijl hij over zijn buik wreef.
Andries suggereerde dat dit vast niet zou gelden voor de momenten waarop hij in de supermarkt liep of gestrest over de autobaan reed, maar voor die ogenblikken waarop hij meer met God bezig was. Als hij op een conferentie sprak bijvoorbeeld, of in een kerkdienst. Maar nee, Wilkin antwoordde dat “het voortdurende bewustzijn” van God er altijd is. “Ik sta er mee op en ga ermee naar bed.”

VLINDERS IN DE BUIK
Hij omschreef dit gevoel als het hebben van “vlinders in de buik.” Niet als een gevoel van opwinding, zo legde hij uit, maar “van vrede, van rust.”
Op de vraag waarom anderen dit niet ervaren, terwijl zij daar best naar zouden verlangen omdat dit meer rust en zekerheid geeft, zei Wilkin heel treffend:
“Ik denk dat heel veel christenen zich er niet van bewust zijn dat bij de wedergeboorte de Geest van God in je komt wonen. We kunnen daar niet zo goed mee omgaan.”
Dit zette mij aan het denken. Hoe komt het dat we als christenen zo weinig beseffen dat de Geest altijd met ons is en Zich voortdurend in ons uitdrukt? En dat terwijl dit punt zo ongelooflijk belangrijk is. Hoe kunnen we immers ‘wandelen naar de Geest’, zoals in Romeinen 8 staat, als we niet geoefend zijn in het herkennen van Zijn stem?

KRACHT
Nu heeft Wilkin ook een andere tijd gekend, zei hij. Toen hij op een zondag Gods aanwezigheid sterker dan ooit ervaarde, schrok hij zich wild, ook al had hij hier anderhalf jaar lang elke vrijdagavond samen met anderen voor gebeden. “Ik dacht zelfs: dit wil ik niet.”
Andries wilde weten wat er dan precies gebeurde. “Christenen bidden vaak om de kracht van de Heilige Geest of zingen liederen over de kracht van de Heilige Geest: Heer, kom met Uw kracht, kom met Uw majesteit”, zei Wilkin, “maar als God écht komt, en we misschien nog maar een glimpje zien van Zijn majesteit, dan is het zo overweldigend en overdonderend.”

Ik had hier graag nog meer over gehoord, maar Andries ging er verder niet op in. Wat er precies in de gemeente van Wilkin gebeurde, daar moeten we dus naar gissen. In ieder geval roepen zijn woorden bij mij een verlangen op. Zou ook hiervoor niet gelden dat we zo vaak te weinig met de Heilige Geest bezig zijn en er niet echt voor bidden? Ik geloof dat God veel meer kan doen dan we voor mogelijk houden.