Een taak van Gods grootte

man-praying-dark

Door Karolien Lievense

Gods opdracht opvolgen, leidt vroeg of laat tot een crisis. Je zult ooit op een punt komen waarop je denkt:  Help, hoe kom ik aan voldoende middelen en mensen? Hoe kan ik deze taak ooit uitvoeren? Ik ben totaal niet in staat om dit te doen.

In Johannes 6, voorafgaand aan de “wonderlijke spijziging”, krijgt Filippus min of meer de opdracht om iets te doen aan de voedselvoorziening. Jezus vraagt hem: “Waar zullen wij broden kopen, opdat deze mensen kunnen eten?”
Het is alsof Jezus Filippus meeneemt in zijn plan. En wat doet Filippus? Hij kijkt niet verder dan zijn eigen mogelijkheden. “Voor tweehonderd penningen brood is voor hen niet genoeg, zodat ieder van hen een beetje zou kunnen krijgen”, zegt hij.
Je hoort als het ware zijn hersens knarsen. Hoe is het mogelijk om zoveel mensen te voeden?
Als ik dit lees, denk ik altijd: Maar Filippus, Jezus zit toch naast je? Waarom vraag je het niet aan Hem wat er moet gebeuren?

Tegelijkertijd weet ik dat ik zelf meestal net zo reageer als Filippus. Er zijn dingen in mijn leven waarvan ik geloof dat God ze op mijn pad heeft gebracht. En toch kijk ik vaak eerst naar mijn éigen mogelijkheden. En omdat de verantwoordelijkheid voor Gods taken veel te groot is om in mijn eentje te dragen, raak ik snel ontmoedigd.
Henry T. Blackaby schrijft: “Wanneer God u uitnodigt om deel te nemen aan Zijn werk, biedt Hij u een taak aan die Gods maat heeft. U zult zich realiseren dat u die niet alleen kunt uitvoeren. Als God u niet helpt, zult u falen. Dit is het keerpunt waarop velen besluiten niet de weg te volgen waarvan zij in hun hart ervaren dat God hen daartoe leidt. Daarna vragen zij zich af waarom zij Gods tegenwoordigheid en werking niet ervaren zoals andere christenen dat doen.”

We hebben de keus om de uitdaging aan te gaan, om in onze crisis alles aan God over te geven en in vertrouwen af te wachten wat Hij gaat doen.
Het is de moeite waard. Ik ken iemand die moeite had om financieel rond te komen en daar eerst heel erg bezorgd over was. Nu wil hij niets liever dan leven in geloof. Hij zegt nu: “Ik wil het niet anders meer.” Want juist in deze situatie krijgt hij Gods werk te zien, de demonstratie van zijn kracht. Elke keer weer krijgt hij onverwachte giften op de momenten waarop hij deze nodig heeft. Ja, ik kan me helemaal voorstellen dat hij dan als een kind zo blij is!