Geen been gebroken

www.freepix4all.com

Door Karolien Lievense

De rechtvaardige heeft veel ellende, maar uit dat alles redt de HEERE hem. Hij bewaart al zijn beenderen, niet één daarvan wordt gebroken. (Psalm 34 : 20-21, HSV)

Toen Anna Spafford in 1873 in Engeland was aangekomen, stuurde ze haar man Horatio een telegram met alleen deze woorden: “saved alone”. Tijdens de tocht per schip vanuit Amerika waren hun vier dochters verdronken. Het schip was gezonken nadat het tegen een ander schip was gebotst. Anna had dit ongeval als één van de weinigen overleefd.

Het was de zoveelste ramp in het leven van Anna en Horatio. In 1871 was hun enige zoon gestorven. Daarna brak de Chicago brand uit. Horatio had veel geïnvesteerd in onroerend goed. De brand trof veel van zijn panden en betekende dus een financiële klap voor hem en Anna.

Dit lijkt wel een moderne versie van de geschiedenis van Job. Het is waar wat in Psalm 34:20 staat: “De rechtvaardige heeft veel ellende.” Blijkbaar blijft ook sommige gelovigen grote tegenspoed niet bespaard. Waarom eigenlijk? Psalm 34 geeft geen verklaring hiervoor. Op de constatering dat de rechtvaardige veel ellende meemaakt, volgt wel een belofte: “maar uit dat alles redt de HEERE hem. Hij bewaart al zijn beenderen, niet één daarvan wordt gebroken.”

Ik heb me vaak afgevraagd wat deze tekst precies betekent. Het leken mij maar loze woorden. Als ’t puntje bij ’t paaltje komt, moet je toch veel lijden, nietwaar? Totdat ik las dat het gebeente oftewel het geraamte van de mens in de Archaïsche wereld een beeld was van de compleetheid van de mens. Het Hebreeuwse woord etsem (gebeente) betekent ook hetzelfde als “sterk zijn”. Dat is niet vreemd: op je gebeente rust je hele lichaam. Dankzij je gebeente ben je sterk.

Met die gedachte kregen de woorden van Psalm 34:20-21 ineens een veel diepere betekenis voor mij: Weliswaar maakt de rechtvaardige veel ellende mee, maar hij komt er als compleet mens uit. Het raakt hem niet echt.

Van dit laatste heeft Horatio Spafford wel heel duidelijk getuigd. Toen hij zijn vrouw achterna reisde naar Europa, kwam hij ook langs de plek waar zijn dochters waren verdronken.  Hij schreef toen het beroemde lied: “It is well with my soul”, waarin hij bezingt dat niets de gelovige echt kan raken. Want wat er ook gebeurt, het is goed met zijn ziel en straks zal hij voor altijd de Heer zien. Alle reden dus om juichend te zingen:

When peace like a river, attendeth my way,
When sorrows like sea billows roll;
Whatever my lot, Thou hast taught me to say,
It is well, it is well, with my soul.

Refrain:
It is well, with my soul,
It is well, with my soul,
It is well, it is well, with my soul.

Though Satan should buffet, though trials should come,
Let this blest assurance control,
That Christ has regarded my helpless estate,
And hath shed His own blood for my soul.

My sin, oh, the bliss of this glorious thought!
My sin, not in part but the whole,
Is nailed to the cross, and I bear it no more,
Praise the Lord, praise the Lord, O my soul!

And Lord, haste the day when my faith shall be sight,
The clouds be rolled back as a scroll;
The trump shall resound, and the Lord shall descend,
Even so, it is well with my soul.