Wat zegt de Bijbel over vluchtelingenhulp?

?????

Door Karolien Lievense

De Heer is de God van de wees, de weduwe en de vreemdeling, die zijn thuisland is ontvlucht. Hij komt op voor degenen die niet voor zichzelf kunnen opkomen. God roept Israel op zijn voorbeeld te volgen. De hulp aan wees, weduwe en vreemdeling is in de profeten een belangrijke maatstaf voor een rechtvaardige maatschappij. In de boeken van Mozes staat beschreven hoe men de vreemdeling moet behandelen.

HEB DE VREEMDELING LIEF ALS UZELF
God is niet partijdig en laat zich niet omkopen. Hij is een God die recht verschaft aan de wees en de weduwe. Hij heeft de vreemdeling lief door hem brood en kleding te geven. Daarom moet ook Israel de vreemdeling liefhebben (Deut. 10:17-19). Hij mag niet minderwaardig behandeld worden: “De vreemdeling die bij u verblijft, moet voor u zijn als een ingezetene onder u. U moet hem liefhebben als uzelf.”(Lev. 19:33-34a)

BEDENK DAT U OOK VREEMDELING BENT GEWEEST
God herinnert Israel er steeds weer aan dat het zelf ook vreemdeling is geweest. (Lev. 19:34, Deut. 10:19, Deut. 24:18). In Exodus 23:9 staat: “U mag de vreemdeling niet onderdrukken, want u kent zelf de gesteldheid van de vreemdeling, omdat u zelf vreemdeling geweest bent in het land Egypte.”

BUIT DE VREEMDELING NIET UIT
Het uitbuiten of onderdrukken van de vreemdeling is ten strengste verboden (Ex. 22:21). Een werkgever moet de arme vreemdeling snel zijn salaris uitbetalen, want hij heeft het nodig:
“U mag de arme en behoeftige dagloner, iemand van uw broeders of van de vreemdelingen die in uw land binnen uw poorten is, niet onderdrukken. Op dezelfde dag moet u hem zijn loon geven; de zon mag er niet over ondergaan, want hij is arm en hij verlangt ernaar. Laat hij niet vanwege u de HEERE hoeven aanroepen, want dan zal er zonde in u zijn.” (Deut. 24:14-15)

LAAT DE VREEMDELING DELEN IN DE OOGST 
De Israelieten moeten een deel van de oogst overlaten voor de vreemdeling, de wees en de weduwe.
Als de Israelieten een deel van de oogst op hun akker hebben laten staan, omdat ze die vergeten zijn binnen te halen, mogen ze niet terug om deze op te halen. Bij de druivenoogst is de na-controle van de takken verboden. Zitten er per ongeluk nog enkele druiven aan de takken, dan zijn deze bedoeld voor de weduwe, de wees en de vreemdeling. (Deut. 24:17-22).

De Israëlieten zagen vaak genoeg niet om naar de vreemdeling. God bestrafte hen hierom en riep hen steeds weer op om de vreemdeling recht te doen. (Jer. 7:6, Jer. 22:3, Zach. 7:10).

Uit dit alles blijkt dat God hulp aan minderbedeelden heel belangrijk vindt. In Zijn rijk zal Christus eindelijk recht doen aan de ellendigen van het volk (Psalm 72:2-4). Zou God ons ook vandaag niet oproepen om met zijn ogen naar de wereld te kijken? Zijn wij als christenen niet juist geroepen om een stem te zijn van hen die geen stem hebben en te voorzien in hun behoeften?